Het dagelijks leven als leidraad

Ik ben Marc en woon en werk als presentiepastor in El Jagüel, een arme wijk van Buenos Aires. UIt de gewone, dagelijkse contacten op straat en in huis groeien relaties en activiteiten die mijn buren en ook mij als werker goed doen.
 

Samenwerken in ontwikkeling

De economische verhoudingen in de wereld zijn snel aan het veranderen. In Azië, Afrika en Latijns-Amerika maken veel landen een belangrijke groei door, terwijl Europa een crisis doormaakt die steeds grotere proporties aanneemt en Noord-Amerika stagneert. We beleven ‘interessante tijden’, maar dat zijn meestal niet de gemakkelijkste. 
Met de recente kabinetscrisis in Nederland is ontwikkelingssamenwerking voorlopig aan een draconische bezuiniging ontsnapt, maar een nieuwe en grondige discussie over de toekomst ervan is onvermijdelijk in het licht van de snelle veranderingen op wereldschaal. Waaraan wil je met financiële hulp bijdragen als landen in het Zuiden op eigen kracht een economische groei genereren die vele malen groter is? Wat blijft er over van je morele overwicht als in eigen regio de zaken zo beroerd gaan? Er zijn vast nog veel indringender vragen te stellen.

In mijn eigen project presentiepastoraat heb ik altijd gekozen voor  een laag profiel. Ik ben naar El Jagüel gekomen om mee te leven, mee te werken en zo mogelijk mee te zoeken naar de oplossing van problemen. Ik heb altijd geloofd in de eigen kracht van mensen, en als het hen nu beter gaat dan tien jaar geleden, dan is dat niet vanwege mij. Ik heb althans niet zo’n behoefte om daarin mijn aandeel vast te stellen. Ik kijk liever verder naar wat er allemaal om me heen gebeurt en verandert en waarbij ik betrokken kan worden.

Naast mijn manier van werken zijn er vele andere die vruchtbaar zijn. Ik geloof in die vormen waar we zoeken naar contact en gelijkwaardigheid, en waar we werken aan omstandigheden die beter zijn voor elk van ons. Vandaag help jij mij en ik morgen jou. Zonder elkaar zijn we minder af.

Foto: Bouwactiviteiten in Luanda, Angola.

Geschreven door Marc van der Post
15 mei 2012 8:10
Laat een reactie achter
Er zijn nog geen reacties
Top

Mati Ferbro - Het alledaagse blijkt magisch

Matías Fernández Broda (geboren in 1987 in Tablada, La Matanza, Buenos Aires) is afkomstig uit de wijk Siglo XX in El Jagüel. Hij is beeldend kunstenaar, met name keramist. Hij maakt dus kunstwerken van aardewerk, porcelein en dergelijke. Ik ken Matías al vele jaren. Wij behoren beiden tot de basisgemeenschap van Santa Teresa. Iedere maand komen we als groep bij elkaar bij één van ons thuis voor een informele viering. We vertellen elkaar hoe het ons gaat, we lezen uit de Bijbel en praten over de lezing, we bidden en we zingen. Soms eten we samen na afloop.
Vroeger hadden we een kapel en vierden we wekelijks ofwel de eucharistie ofwel hadden we een communieviering. Maar altijd hadden we een gesprek met elkaar over de Bijbellezing. Die vrijheid en vrijmoedigheid om samen te lezen en te praten heeft een stempel op de gemeenschap gezet. Ons is steeds helderder voor ogen gaan staan dat het dagelijks leven de vindplaats is van ons geloof en onze inspiratie en ook de geëigende plek om dat te vieren. Iets wat alledaags en onaanzienlijk lijkt, kan bij nader inzien een bron van overvloedig leven zijn, met voldoende kracht om de ergste droogte te overwinnen.

Kort geleden had Matías een expositie in Monte Grande, een stadsdeel vlakbij El Jagüel. De titel van die tentoonstelling was: ‘Lo cotidiano se vuelve mágico’. Je zou dat kunnen vertalen met: ‘Het alledaagse blijkt magisch’. Boombladeren, drie afgescheurde blaadjes uit een schoolschrift met twee balpennen erbij - dergelijke doodgewone voorwerpen vormgegeven met een verrassend ander materiaal – porcelein - nodigen uit tot een aandachtige blik. Borden zijn om van te eten en gebroken borden zijn om weg te gooien. Maar als je de gebroken borden ophangt, besef je dat het misschien niet terecht is om die als waardeloos te beschouwen. Bakstenen zijn ook keramiek. Het is de aarde waar we op lopen, in blok gevat en in de oven gebakken. En vóór die aarde baksteen geworden is, kan ze als modder tussen onze tenen gaan zitten wanneer we onze schoenen uittrekken en ons door haar laten aanraken.

Dit zijn enkele observaties van mij bij de tentoonstelling van Matías. Via de onderstaande link kun je zelf een kijkje nemen:  

https://www.facebook.com/media/set/?set=a.3471297030065.158914.1500320605&type=3

Ik voeg nog een link toe. Die is van de website van Matías, ‘Ensueños – Arte cerámico’ genaamd. Die geeft toegang tot veel meer van zijn werk: 

http://www.facebook.com/l.php?u=http%3A%2F%2Fwww.ceramicaensuenos.blogspot.com%2F&h=cAQE3Xsom

Geschreven door Marc van der Post
02 mei 2012 8:10
Laat een reactie achter
Er zijn nog geen reacties
Top

Zou er iemand zijn?

Wanneer ik in door mijn wijk wandel, dan valt me op dat de huizen er van buiten nogal gesloten uitzien. Voor de ramen hangen gordijnen of ze zijn zelfs met luiken afgesloten. Wie het zich kan veroorloven heeft rondom zijn terrein een stevig hekwerk, dat in de regel op slot zit. Soms zie je mensen op een mooie dag voor hun huis mate drinken. Als je ze kent, kun je ze gedag zeggen of een praatje maken. Maar dat is maar hier en daar het geval, bij de meeste huizen zie je geen enkel leven. Zou er iemand zijn?

Dit lijkt in tegenspraak met de gastvrijheid die ik hier zo vaak ontvang.  Hoe zit dit eigenlijk? Als Nederlander vallen me deze dingen op. In El Jagüel, en op meer plekken in de agglomeratie van Buenos Aires, leeft men met een zekere reserve, misschien wel wantrouwen jegens de buren. Hier woont men niet met de gordijnen wijd open, zodat je vanaf de stoep kunt zien of we thuis zijn, of er bezoek is en welke meubels we hebben staan.
Er bestaan geen simpele verklaringen van culturele verschijnselen als deze. In Nederland kun je vanaf de straat recht de huiskamers inkijken, in Argentinië niet, in Spanje en zoveel andere landen evenmin. Ieder volk heeft zijn manieren.
Maar als ik aan mijn buren vraag waarom het hier niet kan, dan zeggen ze steevast dat de tijden onveilig zijn en dat je nooit kunt weten wat voor vlees je in de kuip hebt met je buren. Was vroeger de sfeer in de wijk opener? Ik krijg soms de indruk van wel. De onveiligheid op straat, de inbraken en overvallen worden iedere dag breed uitgemeten in de communicatiemedia, en met een zekere regelmaat bevestigd door gebeurtenissen in de eigen wijk of in familie- en vriendenkring. Dat alles heeft onmiskenbaar zijn invloed op hoe je omgaat met onbekenden. Dit wantrouwen is deel geworden van het dagelijks leven.

En ondertussen loop ik door de straten langs al die huizen die er zo gesloten uitzien. Het hindert me niet, want ik ben eraan gewend geraakt. Ik voel respect voor alles wat ik hier langzaamaan leer kennen en begrijpen.
Ik kom langs een groepje voetballende jongens. “Hé Marc, is er vandaag merendero?” vragen ze. “Nee, alleen dinsdags en woensdags,” antwoord ik. Ik kijk naar de huizen waar de jongens wonen. Hun ouders ken ik niet, maar ik weet uit ervaring dat dat morgen kan veranderen.
Ik kom aan bij het huis waarnaar ik op weg was. Ik moet daar iets wegbrengen. Van buiten ziet het er afgesloten uit. Zou er iemand zijn? Ik bel aan en wacht af of me wordt opengedaan.

Geschreven door Marc van der Post
18 april 2012 9:55
Laat een reactie achter
 
anton 19 april 2012 8:22
Zou El Jagüel aan het moderniseren zijn geslagen? Dan zijn de barbecues niet meer ver weg.

Top

Een voorbeeld voor haar buurlanden

Eergisteren las ik in mijn krant (‘Página 12’) een interview met een Noord-Amerikaanse onderzoekster, Terry Karl, die in de loop van de jaren zich tot expert ontwikkeld heeft op het gebied van de mensenrechten in El Salvador. Van eind jaren ’70 tot 1992 heeft daar een burgeroorlog gewoed waarbij bijna honderdduizend burgers door het leger en door doodseskaders zijn vermoord. Toen de vrede getekend werd, nam het parlement onmiddellijk een wet aan die amnestie garandeerde voor allen die zich schuldig gemaakt hadden aan de moorden. Die wet is nog altijd van kracht en verhindert dat de vreselijke gebeurtenissen van toen bespreekbaar gemaakt kunnen worden. Het lot van tallozen blijft onopgehelderd en nabestaanden en andere slachtoffers blijven in het ongewisse over wat hun toen precies overkomen is.
Veel Latijns-Amerikaanse volken dragen een dergelijke last van het verleden. El Salvador, Guatemala, Nicaragua, Haïti, Colombia, Perú, Chili, Brazilië, Uruguay, Bolivia, Paraguay, Argentinië en de lijst is niet compleet: tussen 1970 en 1990 en nog later zijn op dit continent vreselijke dingen gebeurd, en het meeste daarvan is in de doofpot gestopt. Dit is nog het minst het geval in Argentinië. Toen de militaire dictatuur hier in 1983 moest opstappen, begon de nieuwgekozen president Alfonsín direct processen tegen de hoogstverantwoordelijken. De ex-dictators Videla, Galtieri, Massera en anderen werden veroordeeld en moesten gevangenisstraf uitzitten. Helaas waren de krachten in de samenleving die de dictatuur en haar wandaden wilden vergoelijken te groot, en enkele jaren later werd er alsnog een amnestiewet afgekondigd en konden de heren weer vrijuit. In 2004 werd die wet echter buiten werking gesteld en konden de processen voortgezet worden. Nu al zes jaar lang zijn die permanent en in alle delen van het land aan de gang. De onderdrukkers en moordenaars van toen krijgen alsnog de straf die hen toekomt.
Ik ervaar die processen als louterend. Er is geen sprake van een opgeklopte of wraakzuchtige sfeer. Er wordt integendeel zorgvuldig gewerkt. Weerstanden ertegen lijken hun draagvlak verloren te hebben. Het blijkt gezond om te weten wat er gebeurd is in je eigen land, met mensen uit je eigen omgeving. Onlangs werden de stoffelijke resten geïdentificeerd van drie broers uit onze eigen wijk, die in december 1976 door het leger ontvoerd werden en nooit meer terugkwamen. De familie weet nu wat er met hen gebeurd is en hebben hun dierbaren alsnog kunnen begraven. Van enkele betrokkenen zelf weet ik hoeveel opluchting dat heeft gegeven.

Terry Karl vertelde dat Argentinië in El Salvador als een voorbeeld geldt voor de mensenrechtenorganisaties. “Zo moet het hier ook en stapje voor stapje komen we in de richting. De Argentijnse dictators hebben toentertijd de Salvadoraanse militairen geleerd hoe je doodseskaders moet vormen en hoe je zo goed mogelijk af kunt komen van de lichamen van je slachtoffers. Maar nu leren de Argentijnen aan het volk van El Salvador veel betere zaken.”

Geschreven door Marc van der Post
03 april 2012 8:04
Laat een reactie achter
Er zijn nog geen reacties
Top

Foto's bij 'Schijnbaar onbeduidend'


Enkele weken geleden heb ik een speciale website gemaakt met foto’s van het dagelijks leven in El Jagüel. Ik heb ze zo gerangschikt dat ze een toelichting vormen op het boek dat ik twee jaar geleden heb uitgebracht. Met de beeldcultuur van tegenwoordig weten we beter dan vroeger dat beelden en foto’s een belangrijke rol kunnen spelen bij de overdracht van informatie en ook van ideeën en opinies. Plaatjes suggereren, beïnvloeden de stemming, kleuren de blik en verlevendigen de indrukken die we al opgedaan hadden via het geschreven woord. 
De website van Mensen met een Missie biedt ons bloggers al de mogelijkheid om foto’s te plaatsen over onze werkzaamheden, maar de ruimte daar is beperkt. Vandaar dat ik ervoor gekozen heb een aparte website in te richten.

Per hoofdstuk van mijn boek heb ik foto’s gerangschikt. In de toelichting erbij geef ik soms de pagina in het boek aan waarop ze  betrekking hebben. Ik ben nog lang niet ‘klaar’ met deze website om de eenvoudige reden dat ik van lang niet alles wat ik beschrijf al foto’s heb. Maar ik kan blijven toevoegen, de site is geduldig. Nu ik ermee begonnen ben, schieten me regelmatig plekken en situates te binnen die ik zou kunnen fotograferen en neem ik mijn fototoestel vaker mee als ik op pad ga. Voor jullie als bezoekers van de website is het dus interessant om die nu te bezoeken en over een tijdje nog eens terug te gaan. Voor wie mijn boek gelezen hebben is het een boeiende visualisering en voor wie het nog niet gelezen hebben is het een stimulans om het alsnog te doen.

De website: www.fotosbijschijnbaaronbeduidend.shutterfly.com 
Het boek: Schijnbaar onbeduidend, de verrassende kanten van het dagelijks leven in een arme volkswijk van Buenos Aires, Valkhof Pers Nijmegen 2010, te bestellen in iedere boekhandel.

Momenteel ben ik een Spaanstalig boek aan het afronden over hetzelfde onderwerp, maar in geheel andere uitvoering. Het bestaat uit brieven die ik gericht heb aan een aantal van mijn buren, en bij iedere brief komt een foto of fotocollage. Dit visuele gedeelte wordt verzorgd door Ivana Mirra, fotografe. Zij heeft natuurlijk veel meer foto’s gemaakt dan degenen die in het boek terechtkomen. Met wat overblijft, zal ik binnenkort een andere website inrichten, met weliswaar toelichtingen in het Spaans, maar natuurlijk ook toegankelijk voor jullie, Nederlandstalig publiek.

Geschreven door Marc van der Post
20 maart 2012 7:11
Laat een reactie achter
Er zijn nog geen reacties
Top

Gezien

Daar zat Hernán, onder een boom langs de straat, samen met een kameraad. Hij zag er slechter uit dan ik hem ooit gezien had: zijn bloes openhangend, vuil en duidelijk dronken. Zijn baard, die hij anders zo netjes bijhoudt, was nu al lang niet meer geknipt. Het had me moeite gekost hem te vinden, ik was al een keer of drie langs zijn huis gereden. Maar zijn vader had me gezegd dat ik hem misschien zou aantreffen bij het huis van een vriend, tegenover de lagere school in de wijk. En zo kwam het uit. 
Hernán was blij me te zien, ontroerd zelfs, omdat ik de moeite gedaan had hem op te zoeken. Gastvrij gebaarde hij me te gaan zitten en stelde me voor aan zijn vriend. We praatten wat over koetjes en kalfjes, tot ik het doel van mijn bezoek uitlegde. Ik wilde Hernán een hoofdstuk van mijn nieuwe boek laten horen, dat bestaat uit een brief aan zijn vader en waarin hij ook voorkomt. In het bewuste fragment komen onder andere zijn problemen met de alcohol ter sprake. Ik wilde weten wat hij daarvan vond en zijn toestemming vragen om het te publiceren.
Ik haalde de papieren uit mijn tas en zocht het gedeelte op. Hernán zag er zeer vermoeid uit en ik vroeg me af of hij de concentratie kon opbrengen om de hele brief aan te horen.  
“Lees ik alleen het gedeelte waar jij in voorkomt?”
Nee, gebaarde hij, hij wilde alles horen. 
En hij was gelijk geboeid, merkte ik. Bij het stuk dat over hem ging, zuchtte hij geraakt. 
“Daar wil ik een fotocopie van,” zei hij toen het uit was. 
“Je mag deze uitdraai hebben,” reageerde ik, maar Hernán bleef bij zijn idee van de fotocopie: 
“Hier om de hoek kan ik er een maken, we gaan er gelijk heen.” 
Ik begreep dat het maken van de copie voor hem een symboolfunctie had, een gebaar van goedkeuring en toeëigening tegelijk, dus ik liep met hem mee. Omstandig legde Hernán aan het meisje van de winkel uit wat het geval was. Toen hij wilde vertellen wie ik was, stokte hij en zei:  “Dat moet je zelf maar zeggen, dat weet jij beter dan ik.” Hij bleek hier een geziene persoon te zijn, dat maakte het gemakkelijk, ook omdat Hernán geen cent op zak had om de copieën te betalen, maar daar werd niet over gemaald. We hadden een gezellig praatje en ik nam afscheid.

In de weken erop sprak ik een paar keer de vader van Hernán. Die had al gehoord van mijn bezoek. Dat deed me deugd, want Hernán was in geen maanden bij zijn vader langs geweest. Daar leek nu verandering in te zijn gekomen, hij kwam nu weer bijna iedere dag. Vermoedelijk had het voorlezen van de brief daaraan bijgedragen. “Hij ziet er goed uit,” zei de vader. Het klonk haast te mooi om waar te zijn. 

Geschreven door Marc van der Post
02 maart 2012 7:52
Laat een reactie achter
Er zijn nog geen reacties
Top

Kijken naar twee films

Kort geleden zag ik twee films die voor mij op een verrassende manier elkaar becommentariëren: ‘El árbol de la vida’ oftewel ‘The Tree of Life’ en ‘De dioses y de hombres’, ‘Des hommes y des dieux’. Beide films hebben prijzen gewonnen op het filmfestival in Cannes, in 2010 en 2011. Ook dat mag al een reden zijn om hen met elkaar in verband te brengen.

‘The Tree of Life’ bevat de terugblik op zijn jeugd van een man van middelbare leeftijd. Toen hij begin twintig was, overleed zijn iets jongere broer. Die gebeurtenis zette het wankele evenwicht dat het gezin bewaarde op losse schroeven. Het was alsof de hemel op aarde neerstortte. De rest van de film is een poging om de hoofdpersoon tot verzoening en in nieuw spiritueel evenwicht te brengen. Dat gebeurt door hem terug te laten keren naar diens jeugd en daarnaast te verlichten met de resultaten van zoektochten van anderen naar diepe waarheden omtrent toeval en noodzaak, goed en kwaad, geluk en lijden, vrijheid en plicht. Dit resulteert aan het eind van de film in een diffuse harmonie: een verzoening met de onverdraaglijk strenge vaderfiguur, een blijvende verbondenheid met de overleden broer – iedereen voor eeuwig gelukkig.

‘Des hommes y des dieux’ gaat over een kleine Franse trappistengemeenschap op het platteland in Algerije, halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw. Moslimextremisten ontwrichten de samenleving in de streek en nopen de monniken tot een keuze: teruggaan naar het veilige Frankrijk of de bedreigingen trotseren en trouw blijven aan hun roeping: wonen tussen arme, Noord-Afrikaanse moslims. Met aarzelingen en zonder heldhaftigheid komen ze unaniem tot de keuze om te blijven. Waarom? Omdat hier hun leven zin heeft. Zo wordt de diepere zin van hun roeping helder: ze zijn een steun voor de dorpelingen, voor hun buren, dat is genoeg reden om te blijven. De monniken worden uiteindelijk door de extremisten in gijzeling genomen en keren nooit meer terug van hun ontvoering.

Merkwaardig genoeg roept de laatste film, ondanks de tragische afloop, een gevoel van geluk op. Wanneer mensen trouw blijven aan elkaar en ontdekken wat hen in moeilijke omstandigheden te doen staat, dan is lijfsbehoud uiteindelijk niet meer het allerbelangrijkst. Het leven, precies in zijn concrete gestalte en zonder speciaal heldhaftig te zijn, wordt tot een teken dat andere mensen, in dit geval de filmkijkers, kan inspireren. Het geeft op impliciete wijze antwoord op eeuwige vragen over goed en kwaad, geluk en lijden, vrijheid en plicht, toeval en noodzaak. Antwoorden op dergelijke vragen zitten niet in diepe gedachten of allesomvattende theorieën, maar zijn als het ware een bijproduct van levens die een antwoord vormen op de behoeften en de noden van anderen. Deze antwoorden worden je niet geopenbaard, een idee dat naar mijn gevoel de hoofdpersoon in ‘The Tree of Life’ min of meer opgedrongen wordt. Deze antwoorden leef je. Je antwoordt door te leven.

Geschreven door Marc van der Post
20 februari 2012 3:36
Laat een reactie achter
 
Marieke Milder 16 maart 2012 11:47
Hoi Marc,
prachtige observatie over 'des hommes et des dieux'. ik heb de film twee keer gezien en hij maakte diepe indruk op me. De broeders groeien in geloof, in gemeenschap, in vertrouwen. Een prachtig verhaal over 'trouw tot de dood ons scheidt'.

Top

Niet alleen

Op 31 december om kwart over vijf in de morgen schrokken we wakker van een enorme klap tegen de muur rondom ons huis. Zo te horen was er een auto tegenaan geknald. Toen ik de voordeur opendeed, bleek dat inderdaad het geval. De twee inzittenden van de auto waren gelukkig ongedeerd, maar muur en toegangshek waren aan gruzelementen en wat het meest alarmeerde, was dat het kastje met de gasmeter, dat in de tuinmuur ingebouwd zat, ook vernield was, waardoor er een fors gaslek was ontstaan. Zenuwachtig belden we politie, brandweer en gasbedrijf op. Toen we met ons drieën, half aangekleed, naar buiten gingen, bleek er al een heel aantal buren verschenen, want het ontsnappende gas maakte een angstwekkend lawaai en had de halve buurt gewekt. Brandweer en politie waren binnen vijf minuten ter plekke en dat gaf alvast wat geruststelling. Toen het gasbedrijf verscheen, was het lek gauw dicht en de schrik voorbij. We konden de schade gaan opmaken.

Nu, ruim een maand later, is die schade nog steeds niet hersteld. We hebben geen gas en de eerste steen van de nieuwe muur moet nog gemetseld worden. De molens van de verzekering malen langzaam en vanwege de zomervakantie kost het onze aannemer moeite mensen vrij te maken.   Maar ondanks alle gedoe hebben we de ervaring dat er steeds mensen opduiken om ons te helpen. Het begon al op het moment zelf: de buren die een jasje hadden voor onze Clara, die op straat in piama rondliep, anderen die papier en pen brachten om de gegevens van de eigenaar van de auto te noteren, de politie en brandweer die het gebied rond ons huis afzetten en andere veiligheidsmaatregelen namen. Dezelfde ochtend nog maakte onze vriend de aannemer de omheining provisorisch dicht, en trof ik op het politiebureau een aardige agent, die ervoor zorgde dat alle noodzakelijke informatie in het proces-verbaal terechtkwam. Nu, bij de onderhandelingen met de verzekering, krijgen we onverwacht hulp aangeboden van een vriend van mijn zwager die als advocaat in de verzekeringsbranche werkt en van de hoed en de rand weet. Het komt allemaal wel in orde.

Van karakter ben ik optimistisch en kijk daarom snel naar de positieve kant van wat ik meemaak. Maar dan zie ik dingen die de moeite waard zijn om hardop te noemen, want ze gebeuren werkelijk. Bij het ongemak dat ons is overkomen staan we niet alleen. Dat betekent niet dat het allemaal vanzelf gaat, maar een heleboel gaat wel een stuk gemakkelijker. Zoals bijvoorbeeld vertrouwen in een goede afloop.

Geschreven door Marc van der Post
07 februari 2012 3:47
Laat een reactie achter
 
anton simons 27 februari 2012 9:42
Mooie dingen die gebeuren, Marc, en mooi opgeschreven. Ik aarzel hoe ik het moet lezen. Gewoon maar de gebeurtenissen tot me nemen? Of zijn ze een aanwijzing voor iets groters? Ik voel meer voor het eerste, maar vind dat wel moeilijk. De schaduw van het grotere glijdt er overheen en dreigt het te bedekken.

Anneke Bennink 14 maart 2012 1:08
Lieve Marc, Ale en Clara, zoals je ziet, weet ik je blog te vinden, maar heb niet veel ervaring met dit gebeuren, net zo min als met facebook. Ik probeer maar eens wat. Het jaar eindigde voor jullie met een echte knal! Wat een schrik, maar gelukkig leefde iedereen met jullie mee in woord en daad. Is de schade inmiddels hersteld? Met mij alles goed, het leven kabbelt rustig voort. Mijn laatste mail was van 8 februari. Is het artikel over Carin aangekomen? Vanmiddag op bezoek bij Jan-Paul, vanavond heb ik de buurmannen. Verder geen groot nieuws. Hoop binnenkort weer eens iets van jullie te horen. Groetjes aan alle drie, liefs Anneke.

Top

Geld moet niet altijd rollen

Ik zat in de trein te lezen, in de stadstrein die van El Jaguel naar het centrum van Buenos Aires voert. Het was zaterdagmiddag, het was vol, maar niet overvol, ik had een zitplaats weten te bemachtigen. Er kwam iemand langs die om een muntje vroeg zoals er zovelen langskomen. Ik had geen los geld bij de hand, dus gebaarde dat ik niets had. Ik keek niet eens op van mijn boek. Een vrouw aan de andere kant van het gangpad gaf wel. De man liet het muntje vallen en bukte zich om het op te rapen. Toen voltrok zich een kleine ramp. De man – ik had inmiddels gezien dat het om een man ging, lang, mager en van onbestemde leeftijd – had ongelukkigerwijs de rits van zijn schoudertasje, waarin hij de opbrengst bewaarde, openstaan. Met het bukken viel er een stortvloed van muntjes uit zijn tas. Hij schrok en bukte zich dieper om zo snel mogelijk alles weer op te rapen, maar toen vielen er nog meer muntjes op de grond. Het resultaat was verschrikkelijk en aangrijpend: De oogst van misschien wel meerdere dagen van muntjes vragen lag op de vloer, onder handbereik van iedereen, in een volle trein die voortdenderde tussen Banfield en Lanús. Ik was een moment beduusd, maar begon toen de muntjes op te rapen. De man zou misschien even denken dat ik een profiteur was, maar hij zou snel in de gaten krijgen dat ik hem wilde helpen. Zwijgend raapte ik en stopte van tijd tot tijd het verzamelde in de hand van de man, die de muntjes direct zenuwachtig opborg. Bij de tussenhalte hoefde gelukkig niemand uit te stappen en konden we ongestoord doorwerken. Ik was de enige die hielp, anderen keken ontsteld toe. Pas toen we min of meer klaar waren, riepen ze de man vanwege een enkel los muntje dat nog ergens lag. Vóór Lanús, waar ik moest uitstappen, hadden we alles weer bij elkaar.

Ik had de man geen muntje gegeven toen hij bij mij langskwam, maar daarna hielp ik hem met wat anders. Ik kreeg er wat voor terug, en dat ontroerde me zeer: De blik in een leven. Eerst had ik de man ongezien voorbij laten gaan, maar hij wekte me uit mijn forensendommel en werd opeens zichtbaar voor mij. Ik zag zijn kwetsbaarheid, zijn angst en zijn verkouden drupneus. Ik besefte dat hij in volledige anonimiteit er al uren werk op had zitten en voelde respect. Ik zie hem nooit meer terug.

Geschreven door Marc van der Post
18 januari 2012 8:20
Laat een reactie achter
 
miep 23 januari 2012 8:00
hai mark, een inspirerende titel dus ik ging je blog even lezen. Blijkbaar is bedelen wel de moeite daar. Ik ziet het al helemaal voor me.....al dat geld op de grond! groetjes miep uit oeganda.

Top

Kevin

Pas geleden was ik aan het eind van een middag in de merendero bezig om de zaal schoon te vegen. Het was half zes geweest, de kinderen waren al vertrokken, de vrouwen wasten af in de keuken. Opeens verschenen er drie jongens die nog melk wilden drinken. Een van hen kende ik goed, een ondeugende maar aardige jongen, die vlak bij mij om de hoek woont. De andere twee herkende ik niet, maar dat gebeurt wel vaker. Er komen zoveel kinderen dat het ons moeite kost om ze allemaal uit elkaar te houden, laat staan bij naam te kennen. Een van de onbekenden had een vervelende uitstraling. Hij gedroeg zich als de leider van het groepje en eiste onmiddellijk brood en melk. Ik reageerde terughoudend, maar zorgde ervoor dat ze kregen van wat ons nog restte. Ondertussen was ik klaar met vegen en liep even weg om de bezem op te bergen. Toen ik terugwilde naar de zaal, liepen de jongens al het hek uit. “O ja,” zei de vervelende jongen met een valse grijns, terwijl hij zich nog even omdraaide, “er is wat melk omgevallen.” In de zaal bleek dat ze de drie bekers over de volle lengte van de zaal over de grond hadden gegoten. Ik kreeg er de pest in, maar zocht emmer en dweil en maakte de vloer weer schoon. Ondertussen hoorde ik enkele stenen op het dak roffelen. Dat waren ongetwijfeld dezelfde knullen. Ik besloot deze hernieuwde roep om aandacht te negeren.
 Maar tot mijn verbazing verscheen de vervelende jongen enkele minuten later weer bij het hek. In de klimop ernaast zat een vogelnest en dat had hij ontdekt. Hij was bezig om de eitjes eruit te vissen en op de grond te gooien. Ik voelde drift opkomen, hield me in, maar besloot er deze keer wel op af te stappen. “Houd daar mee op,” zei ik. Eerst deed hij of hij niets hoorde, daarna begon hij tegen een muur te plassen. Zijn kameraden stonden er wat lacherig bij. “Nu moet je goed luisteren,” zette ik door. Ik vroeg hoe hij heette, en enigszins tot mijn verbazing zei hij zijn naam, Kevin. “Kevin,” zei ik, “in de merendero hebben we de gelegenheid om met elkaar een gezellig kwartiertje door te brengen. Maar vandaag was het helemaal niet gezellig. Je hebt me alleen maar aanleiding gegeven om boos op je te worden. Ik vind het vervelend om boos te worden en jij vindt het vervelend dat ik jou op je kop geef. Kom de volgende keer terug en gedraag je zo dat we het leuk hebben.”
 Luisterde Kevin? Hij deed zijn best om te laten lijken van niet. Ik had het gevoel tegen een stuk hout te praten en liet het er verder maar bij. De drie jongens gingen er vandoor.

De week erop in de merendero waren we nog aan het voorbereiden toen er al een stel jongens aankwamen, onder hen Kevin. Toevallig waren we met genoeg medewerkers en kon ik de tijd nemen om met hen te gaan kletsen. Natuurlijk lette ik speciaal op Kevin en betrok hem nadrukkelijk bij het gesprek. Hij bleek toegankelijk, maar was wel erg ongezeglijk, want ik moest hem tot drie keer toe weghalen van een plek waar de jongens niet mogen komen. Toen de melk bijna klaar was, vroeg ik ze me te helpen met het klaarzetten van de stoelen. Allemaal deden ze mee, ze vochten zelfs letterlijk om de stoelen. Kevin verkocht een flinke tik aan een ander, er ontstond onmiddellijk een opstootje. Ik haalde de vechtenden uit elkaar. De andere jongen begon me uit te leggen wat er gebeurd was, Kevin zat helemaal opgesloten in zijn woede. Gelukkig was de ruzie gemakkelijk gesust. We schonken de melk en alles verliep verder rustig.

Het wonder gebeurde de volgende dag. Ik kwam Kevin op straat tegen, samen met enkele vriendjes. Hij straalde toen hij me zag, liep naar me toe en begon gezellig tegen me te kletsen. Was dit dezelfde jongen als die me een week geleden zo vals toegegrijnsd had? Nu zag ik dat hij inderdaad niet meer dan tien jaar oud was, nog een kind, niet alleen maar een onuitstaanbaar schoffie. Opeens vond ik hem aardig.

 

Geschreven door Marc van der Post
05 januari 2012 6:46
Laat een reactie achter
 
Paulus Gabriël 07 januari 2012 12:58
Dag Marc.
Omdat ik een mail doorgestuurd kreeg waarin je sprak over dit log werd ik nieuwsgierig. Sinds kort weet ik als secretaris van de VPW wie jij bent en waar je werkt. Ik probeer op onze website aandacht voor jou te creëren.
Jouw optreden jegens Kevin, mag ik dat op onze site zetten? vpwinfo.nl? Als bijdrage van eigen (bijzondere) leden en dat doorlinken?
Een groet uit Nootdorp. P.G.

edith 10 januari 2012 1:59
mooi verhaal! Hoe gaat het verder? houd ons vooral op de hoogte over Kevin en het liefhebben van de vijand...

Top

Een missie volgens Marc

Wat heeft mij geïnspireerd om voor Mensen met een Missie te werken?

In mijn jeugd heb ik enkele jaren in Indonesië gewoond. Mijn vader werkte daar in een ontwikkelingsproject en met het hele gezin zijn we toen meegegaan. Dat was rond het jaar 1970. Zo jong als ik was, werd ik geraakt door het contrast tussen de grote armoede waarin de meerderheid van de bevolking leefde en onze eigen bevoorrechte situatie als Europees gezin. Ik ben hierdoor altijd bewogen gebleven.
In 1998 deed zich plotseling de mogelijkheid voor om in mijn eigen vak, pastoraal werker, via Mensen met een Missie een aantal jaren te gaan werken in een land in het Zuiden, in Colombia. Die kans heb ik aangegrepen. Ik kon zo gaan onderzoeken hoe ik vanuit mijn bevoorrechte positie van Nederlandse professional kan helpen de zo ongelijkwaardige relatie tussen armen en rijken in de wereld te veranderen. Inmiddels woon en werk ik al jaren in Argentinië, in andere omstandigheden, maar nog altijd vanuit dezelfde motivatie.
 
Wat is een missionair werker?

Als missionair werker waag ik me in het onbekende. Mijn missie is de dienst: hoe kan ik helpen dat de mensen tussen wie ik me begeef beter tot hun recht komen? Hun belangen gaan vóór mijn eigen belangen. Ik ben bereid om me te laten veranderen door wat ik meemaak. Ik wil leren om door de ogen van de mensen met wie ik werk naar de wereld te kijken. Zo kan ik een brugfunctie vervullen tussen Noord en Zuid, tussen rijk en arm.
 
Wat is zo goed aan de partnerorganisatie waar ik voor werk?

Mijn partnerorganisatie is een religieuze gemeenschap van de kleine zusters van Jezus, die in een ander stadsdeel van Buenos Aires al meer dan 35 jaar het dagelijks leven delen met hun buren. In hun eenvoud en gebrek aan pretenties zijn ze voor mij een inspirerend voorbeeld.

Geschreven door Marc van der Post
20 december 2011 11:34
Laat een reactie achter
Er zijn nog geen reacties
Top
 
 

Laatste donatie

Totaal gedoneerd: € 0,00

Volgers van dit project

VOLGERS VAN Marc in Argentinië

Er zijn geen gegevens gevonden